Spinning

JVV_1743

Spinning is staand of zittend fietsen op een speciale stationaire fiets (hometrainer).

Tijdens de workout wordt de weerstand van de fiets aangepast, afhankelijk van het tempo en de soort oefening. De oefeningen bestaan uit onder andere een (staande of zittende) vlakke weg, een (staande of zittende) heuvel en sprints (of combinaties daarvan). Omdat er veel verschillende ritmes in een spinningles (“ride“) gebruikt worden en door de diverse zittende en staande technieken ontstaat een positief trainingseffect op hart, longen en beenspieren. De weerstand kan per individu verschillend afgesteld worden, hij of zij bepaalt zelf de zwaarte van de training, eventueel met gebruik van een hartslagmeter.

Spinning zorgt, net als andere trainingsactiviteiten, voor het sterker maken van het hart, het groter maken van de longinhoud zodat er meer zuurstof kan worden opgenomen, een regelmatige bloedsomloop, zodat de spieren beter worden doorbloed, het elastischer maken van de spieren zodat verzuring en aanhechtingspijnen minder voorkomen. Bil- been- en rugspieren worden veelvuldig gebruikt en dus getraind door het steeds veranderen van positie op de fiets.

Belangrijke verschillen tussen spinning enerzijds en fietsen en wielrennen anderzijds zijn dat men bij spinning niet hoeft te sturen, dat er geen wind is (dus ook nooit tegenwind, maar evenmin afkoeling door rijwind) en men bijvoorbeeld ook veel langer staand op de pedalen kan trainen en zo de kuitspieren kan belasten: de training wordt bij spinning vooral beperkt door de eigen fysieke en fysiologische grenzen en niet mede door omstandigheden van de weg of het weer.